10 december 2013
Data Business Content

Kansen van Horizon 2020 voor media, ICT en games bedrijven

11 december werden de calls bekend gemaakt binnen het Europese innovatie programma Horizon 2020 waarmee de Europese Unie 80 miljard investeert in innovatie en onderzoek. Daags voor deze bekendmaking organiseerden de CLICKNL-netwerken Media & ICT en Gaming een voorlichtingsbijeenkomst over de kansen die deze oproepen bieden voor media, ICT en games bedrijven.

Met Horizon 2020 wil de Europese Unie (EU) het concurrentievermogen van Europa vergroten door wetenschap en innovatie te stimuleren. Horizon 2020 is het nieuwe Europese programma voor onderzoek en innovatie voor de periode 2014 tot en met 2020. Bedrijven en kennisinstellingen kunnen projectvoorstellen indienen op de calls die de Europese Unie op 11 december bekend maakt. Als je project goedgekeurd wordt, wordt je project gefinancierd vanuit het Horizon programma. Maar waar moet je op letten als je een projectvoorstel wilt indienen? Hoe kom je aan goede projectpartners? Welke rollen zijn er binnen een consortium? Op 10 december organiseerden de CLICKNL-netwerken Media & ICT en Gaming een voorlichtingsmiddag waar onder meer deze vragen aan bod kwamen.

Ervaringsdeskundigen: do’s & don’ts bij internationale onderzoeksprojecten
Allereerst gaven twee ervaringsdeskundigen een aantal praktische tips over het indienen van projectvoorstellen binnen Europese innovatieprogramma’s. Roeland Ordelman van Beeld en Geluid presenteerde als eerste zijn ervaringen met internationale innovatieprojecten.

Waarom zou je meedoen aan Europese innovatieprojecten? Het belangrijkste is dat je er veel kennis en ervaring mee opdoet, aldus Roeland. Het samenwerken met internationale partners in het project kans soms uitdagend zijn, maar je leert er ook heel veel van. Het is enorm inspirerend om samen te werken aan een innovatieproject en bovendien is het goed voor je netwerk.

Er zijn verschillende fasen binnen een innovatieproject. Roeland beschrijft per fase een aantal do’s en don’ts. Allereerst is er de aanloop naar het indienen, de pre-proposal fase. Door te discussiëren wordt er gekeken of je eigen ideeën te koppelen zijn aan de informatie uit de calls. Het is zaak deze informatie goed door te nemen: waar is de Europese Commissie naar op zoek? Is dit ook waar jouw interesse ligt of waar jouw bedrijf diensten op wilt ontwikkelen? Een goed consortium vormen is hierbij essentieel. Daarnaast raadt Roeland aan om speciale voorlichtingsdagen te bezoeken.

Dan komt de fase waarin het voorstel geschreven moet worden. Dit is, in Roelands ervaring, vaak een rommelig proces. Vaak wordt er geschreven buiten kantooruren, heb je te maken met verschillende culturen van de verschillende deelnemende partijen in het consortium en kom je er vaak op het laatste moment achter dat cruciale aspecten in het voorstel missen.

De projectfase verloopt vaak organisch is de ervaring van Roeland. Het is vooral heel leuk om je project te kunnen uitvoeren, maar houdt er ook rekening mee dat de verschillende projectpartners andere ambities, prioriteiten en culturen hebben die kunnen botsen met de jouwe. Zorg dat je daarom boven op het onderdeel zit dat voor jou belangrijk is. Gedurende de projectfase worden er ook reviews gedaan. Waardevolle momenten, aldus Roeland, want de feedback en sturing kan je goed gebruiken.

De laatste fase is de afronding. Hierbij is het van belang om vooruit te kijken (kun je er bijvoorbeeld een vervolg aan geven in een ander innovatieproject) en om te zorgen dat de integratie goed verloopt (het final prototype of de golden demo moet natuurlijk wel werken).

Rutger Rozendal van Noterik heeft ook al een paar keer meegedaan in een Europees onderzoeksproject. Zijn eerste advies aan de ondernemers in de zaal is om niet als penvoerder (trekker) in het project te stappen, maar aan te haken bij bestaande consortia. Als klein bedrijf is het namelijk haast niet te doen om de hoofdverantwoordelijke te worden in dergelijke projecten. Binnen een project worden vaak werkpakketten afgesproken en die kan je als kleiner bedrijf ook prima leiden.

Rutger presenteert kort twee projecten waarin ze hebben meegewerkt: EUscreen (portaal waar video’s van 17 nationale broadcasters terug te vinden zijn) en LinkedTV (toegankelijk maken van meer relevante informatiebronnen bij video content, door gebruikt te maken van geluid herkenning). Het grote voordeel wat hij heeft ervaren door mee te werken aan dergelijke projecten, is dat er veel ruimte is voor productontwikkeling. In het geval van LinkedTV was dit een multiscreen toolkit die ook ingezet kan worden voor andere opdrachten. Daardoor zijn ze nu in staat redelijk snel prototypes te bouwen voor hun klanten. Kennisinstellingen hebben op dit gebied ook een heel open houding en willen de resultaten graag laten zien en delen. Rutger laat tijdens de bijeenkomst ook een demo zien van deze multiscreen en Multi-user mogelijkheden die ontwikkeld zijn in het Europese project.

Rutger Rozendaal (Noterik) @ Horizon 2020 voorlichtingsbijeenkomst from iMMovator

 

Horizon 2020: meer over de calls, topics en infodagen
Na deze praktijkverhalen neemt Ramon Rentmeester (EU specialist bij Agentschap NL) ons mee in de achtergronden van Horizon 2020.

Allereerst schetst Ramon een breder kader van Horizon 2020. Naast dit innovatieprogramma zijn er nog meer subsidieprogramma’s zoals Eurostars (technologie), Itea en Creative Europe (o.a. filmdistributie). Horizon 2020 legt meer nadruk op innovatie, van onderzoeksfase tot marktintroductie. In tegenstelling tot zijn voorganger FP7 hebben het MKB en de eindgebruiker een belangrijkere rol gekregen in H2020.

 

Wat kan het een MKB-bedrijf opleveren aan subsidie? Om de subsidie te berekenen kan je de vuistregel gebruiken dat je directe kosten + 25% overhead vergoed krijgt. Soms worden alle directe kosten vergoed, soms moet je co-financiering inbrengen.  Als het project close-to-market is gaat het in de regel om een subsidie van 70% van directe kosten voor bedrijven, als het een non-profit project is wel 100% subsidiabel.

Horizon 2020 richt zich op drie pijlers: wetenschap, bedrijfsleven en maatschappelijke uitdagingen. De subsidiecalls die tussen 2014-2020 worden uitgeschreven passen altijd binnen in van deze drie lijnen. Ramon belicht voor media, ICT en games waar de belangrijkste kansen in de calls liggen. Voor Media & ICT zijn de volgende calls in ieder geval interessant:

  • ICT15: focus op open & big data toepassingen. De call loopt in 2014 (deadline 23 april) en is in totaal 50 miljoen euro.
  • ICT 18: gericht op benutten van ICT-tools door de creatieve industrie in brede zin, met focus op het MKB. De call is open tot 23 april 2014, in totaal 15 miljoen euro.
  • ICT19: Focus op content creatie, onderzoek en innovatieprojecten. Loopt pas in 2015, 41 miljoen euro
  • Reflective6: gericht op cultureel erfgoed: hoe benut je gedigitaliseerd erfgoed (boeken, film, schilderijen, etc.) en hoe maak je het toegankelijk voor wetenschappers. Loopt in 2015, 11 miljoen euro.

Voor Gaming noemt Ramon:

  • ICT21: gamification (voor het eerst!), focus op serious games voor ‘education’ (onderwijs en op de werkvloer)) en ‘inclusion’ (bijvoorbeeld autistische kinderen) De call is open tot 23 april, 17 miljoen.
  • EE11: call gericht op vermindering energie verbruik door consumenten, bijvoorbeeld door gedragsverandering via gaming en social media. Loopt in 2014 (deadline in juni) en 2015 en 17 miljoen subsidie in totaal.
  • PHC26: call gericht op health, maar biedt ook kansen qua uitwerking. Hoe zorg je, bijvoorbeeld met behulp van fysieke training games en Quantified Self apps, dat patiënten zelf hun gezondheid verbeteren? De call is open tot 15 april 2014.

Daarnaast raadt Ramon aan om zelf ook te gaan grasduinen en puzzelen in de calls die de EU gepubliceerd heeft. Er zijn nog veel meer mogelijkheden om aan te haken. Mocht je zelf een idee hebben daarover en dat met Ramon willen toetsen, dan is dat uiteraard mogelijk (zie zijn contactgegevens op de laatste slide van zijn presentatie).

Opzet van de calls
Het is zaak de calls goed te lezen voor je besluit hier op in te zetten. In de calls wordt altijd een aanleiding beschreven van deze oproep – waarom? Daarnaast wordt de scope uitgebreid beschreven: waarover moet het onderzoek gaan? Welke focus? Ook kan een call beperkingen beschrijven, bijvoorbeeld dat een onderzoek zich op een specifieke doelgroep moet richten. Ook van belang: waartoe dient het onderzoek, wat moet de impact zijn? Dit staat ook beschrijven in de call. Tenslotte worden er richtlijnen gegeven voor het type project en het budget. Lees deze informatie goed, hoe beter je hier op kan inspelen, hoe groter de slagingskans. Ramon geeft nog een tip: lees ook de publicaties die ten grondslag liggen aan de call (die genoemd worden in de call) – daar vind je ook waardevolle informatie.

Hoe kan je nog meer de kansen benutten? Verken de topics en maak de juiste keuze. Ook een belangrijke keuze is of je een project gaat trekken of gaat aanhaken. Netwerk in Europa is heel belangrijk. Partners vinden én gevonden worden. Kijk naar crossovers met andere sectoren. De allerbelangrijkste tip is eigenlijk wel: neem er de tijd voor. Neem tijd om naar informatiebijeenkomsten te gaan, om je in te lezen en om je aanvraag te schrijven.

Op 15,16 en 23 januari vinden informatiedagen plaats over Horizon 2020 in Luxemburg. Ramon raadt iedereen die overweegt in te dienen aan om hier naar toe te gaan. 15 & 16 Januari staan in het teken van Data Value Chain and Language (calls ICT 15, 16, 17, 22a), 23 januari gaat het over Creative Industries and Cultural Heritage (ICT 18, 22c, Reflective 7). Meer informatie over deze dagen en het programma is te vinden op de website van Horizon 2020 en de website van AgentschapNL . Op deze website van de Europese Commissie  kun je de calls zelf terugvinden.

Ramon Rentmeester (AgentschapNL) @ Horizon 2020 voorlichtingsbijeenkomst from iMMovator

 

 

Breakout-sessies
Na het plenaire deel ging de bijeenkomst verder in breakout-sessies over specifieke calls. Hieronder zijn de presentaties uit deze sessies te vinden.

Rob Koenen (TNO) over Call ICT 19 Horizon 2020 from iMMovator

Jan Simons (UvA) over call Reflective 6 van Horizon 2020 from iMMovator

Joost Raessens (Universiteit Utrecht) over call ICT 21 Horizon 2020 from iMMovator